Artikel

Is CO₂-footprint verplicht? Wat de regels zeggen.

Kernpunten

•     Na omzetting in Belgisch rechtvallen vanaf boekjaar 2027 enkel ondernemingen met meer dan 1.000 werknemers énmeer dan €450 miljoen netto-omzet nog onder de CSRD. Ondernemingen uit deeerste rapportagegolf kunnen tot en met boekjaar 2026 nog rapportageplichtigzijn, afhankelijk van de Belgische omzetting. Voor bedrijven onder de nieuwedrempels is er geen algemene plicht om een CO₂-footprint op te maken.

•     Specifieke verplichtingenkunnen wel gelden voor bedrijven van elke omvang, bijvoorbeeld via EU ETS,CBAM, regionale energieregels, milieuvergunningen of sectorale rapportage.

•     Grote klanten, banken,verzekeraars en aanbestedende overheden vragen steeds vaker klimaatdata, ookzonder wettelijke verplichting.

•     Het GHG Protocol en de ISO14064-reeks zijn de belangrijkste internationale kaders om een CO₂-footprint opte maken; welk kader het beste past, hangt af van het doel.

•     Wie tijdig met klimaatdatastart, loopt voor op de groeiende vraag vanuit klanten, financiers enoverheden.

Contacteer ons

Laat ons meedenken over hoe u dit kan aanpakken.

Wat zegt de wet vandaag?

Uw klant stelt een vraag over uwCO₂-emissies. U hebt geen antwoord. Wat kost u dat?

De directe wettelijke verplichtingen zijnbeperkter dan velen denken — en dat geldt niet alleen voor kmo's. Met deOmnibus I-richtlijn (EU) 2026/470, in werking sinds 18 maart 2026, wordt deCSRD-scope sterk versmald — al gebeurt dat niet van vandaag op morgen.

CSRD. Na de omzetting in nationaal recht geldt de CSRD enkel nog voorEU-ondernemingen met gemiddeld meer dan 1.000 werknemers én meer dan €450miljoen netto-omzet. Beursgenoteerde kmo's vallen buiten de nieuwe scope.Lidstaten moeten de wijzigingen uiterlijk op 19 maart 2027 omzetten innationaal recht; de nieuwe drempels gelden voor boekjaren die beginnen vanaf 1januari 2027, met een eerste rapportage in 2028.

Tot dan geldt een overgangsperiode.Ondernemingen die al onder de oorspronkelijke CSRD rapporteren — de zogenaamdeeerste golf — blijven in principe rapportageplichtig tot en met boekjaar 2026.Lidstaten mogen ondernemingen die onder de nieuwe drempels vallen welvrijstellen voor de boekjaren 2025 en 2026. Of uw onderneming die vrijstellinggeniet, hangt dus af van de Belgische omzetting.

Voor niet-EU-groepen geldt een aparteregeling. Zij vallen onder de CSRD als ze in elk van de twee laatste boekjarenmeer dan €450 miljoen netto-omzet in de EU realiseerden én minstens éénEU-dochter of EU-bijkantoor hebben met meer dan €200 miljoen omzet. Zijrapporteren voor het eerst over boekjaar 2028, in 2029.

Wat betekent dat concreet? Valt uwonderneming na de omzetting boven beide drempels, dan rapporteert u verplicht —ook over uw emissies. Valt uw onderneming eronder, dan bent u vanaf boekjaar2027 niet rechtstreeks rapportageplichtig, maar kunt u wel vragen krijgen vanklanten die zelf wél rapporteren. Ondernemingen met minder dan 1.000 werknemersgenieten daarbij een bescherming in de waardeketen: zij mogeninformatieverzoeken weigeren die verder gaan dan wat de vrijwilligerapportagestandaard voorziet.

Maar er zijn uitzonderingen op de algemeneregel — en ze zijn niet min. Afzonderlijke verplichtingen kunnen ontstaan doordeelname aan EU ETS, import van CBAM-goederen, Vlaamse, Waalse of Brusselseenergieverplichtingen, milieuvergunningen of sectorale regelgeving, en doorvoorwaarden van klanten of financiers.

EUETS. Bedrijven die onder het EU Emissions TradingSystem vallen — bijvoorbeeld bepaalde staal-, cement- en chemische installatiesboven wettelijke drempelwaarden — moeten hun emissies monitoren, rapporteren envoldoende emissierechten inleveren. Let op: 'energie-intensief' op zichvolstaat niet. De toepasselijkheid hangt af van de specifieke activiteit, deinstallatie en de wettelijke drempels.

EUETS2. Vanaf 2028 breidt ETS2 de koolstofbeprijzinguit naar brandstoffen voor onder meer gebouwen en wegtransport. De start werdwettelijk uitgesteld van 2027 naar 2028; de eerste veilingen van emissierechtenvinden wel al in 2027 plaats. De rechtstreeks gereguleerde entiteiten zijn inhoofdzaak de brandstofleveranciers — niet de meeste bedrijven die debrandstoffen uiteindelijk gebruiken. Voor de meeste ondernemingen is het effectdaarom indirect, via energie- en brandstofprijzen. Monitoring en rapportage lopenal; de eerste inlevering van emissierechten is voorzien in 2029.

CBAM. Het Carbon Border Adjustment Mechanism bevindt zich sinds 1 januari2026 in zijn definitieve regime, na een overgangsfase die op 1 oktober 2023startte. Importeurs van onder meer ijzer en staal, aluminium, cement,meststoffen, elektriciteit en waterstof kunnen aangifte-, autorisatie- encertificaatverplichtingen hebben. Voor de meeste CBAM-goederen geldt eenjaarlijkse drempel van 50 ton; elektriciteit en waterstof kennen een anderebehandeling. De verplichting ligt bij de importeur of indirecte douanevertegenwoordigeren hangt af van productindeling, oorsprong en importvolume. Niet elke Belgischeonderneming die op deze ketens steunt, valt dus automatisch onder CBAM.

Wanneer is een CO₂-footprint in de praktijk relevant?

Hier is het punt: de wet is pas het beginvan het verhaal.

Naast wettelijke verplichtingen groeit dedruk vanuit klanten, financiers, verzekeraars en aanbestedende overheden. Hoesterk die druk voor uw onderneming is, hangt af van uw sector, uw klanten en uwomvang. De voorbeelden hieronder betreffen vooral leveranciers van groteretailers, zakelijke bankklanten en bedrijven die meedingen naar grotereoverheidsopdrachten.

Klantenen ketenpartners. Colruyt Group vraagt zijnleveranciers om klimaatdoelstellingen te bepalen die gevalideerd zijn doorSBTi, het Science Based Targets initiative. Het bedrijf wil dat tegen 2027leveranciers die samen 77% van zijn aankoopvolume vertegenwoordigen, zulke wetenschappelijkonderbouwde klimaatdoelen hebben; volgens de meest recente stand lag dataandeel op 43,2%. In zijn beleid rond duurzaam sourcen rekent ColruytSBTi-conforme klimaatdoelstellingen tot de duurzaamheidsvereisten voor zijnzakenpartners.

Lidl België gebruikt sinds 2018 onder meerEcoVadis en andere duurzaamheidsinformatie in het aankoopproces, en verwijstnaar klimaatplannen en SBTi-doelstellingen voor Belgische leveranciers. EenEcoVadis-score is geen zuivere CO₂-meting: EcoVadis beoordeelt ook arbeids- enmensenrechten, ethiek en duurzame inkoop.

Voor grote ondernemingen speelt dit in tweerichtingen. Zij krijgen zelf vragen van hun afnemers én moeten data verzamelenbij hun eigen leveranciers om hun Scope 3 in kaart te brengen.

Banken. Banken zoals KBC, Belfius en ING moeten onder Pillar 3 — eentransparantieverplichting voor banken over klimaat- en ESG-risico's —rapporteren over hun blootstelling aan die risico's. Daarvoor vragen ze steedsvaker informatie op bij zakelijke klanten, vooral wanneer die relevant is voorde sector, de financiering of een transitieplan. Dat betekent niet dat elkbedrijf zonder CO₂-footprint automatisch een hogere rente betaalt. Ontbrekendeinformatie kan wel het kredietproces vertragen of tot aanvullende vragenleiden; of dit tot hogere financieringskosten leidt, hangt af van de bank, hetproduct en het risicoprofiel.

Overheidsopdrachten. Duurzaamheidscriteria komen steeds vaker voor in aanbestedingen, alniet overal als verplicht gunningscriterium. Een concreet voorbeeld is deCO₂-Prestatieladder binnen het Vlaamse beleidsdomein Mobiliteit en OpenbareWerken. Dat is geen algemene verplichting, maar een kwalitatiefgunningscriterium: afhankelijk van het niveau op de ladder krijgt eeninschrijver een fictieve korting van 2 tot 10% op zijn offerteprijs. De ladderwordt gefaseerd ingevoerd: voor investeringsopdrachten voor werken vanaf €5 miljoensinds 2025, vanaf €3 miljoen sinds 2026 en vanaf 2027 voor werken — ookonderhoudswerken — vanaf €1 miljoen.

Dit is geen toekomstmuziek: het is er nual. Maar het is ook geen uniforme regel. Wat voor uw onderneming geldt, hangtaf van uw sector, uw klanten en uw financiers.

Welke standaard moet u volgen?

Als een CO₂-footprint niet wettelijkverplicht is, wie bepaalt dan hoe u het doet?

Het GHG Protocol (Greenhouse Gas Protocol,ontwikkeld door het World Resources Institute en de World Business Council forSustainable Development) en de ISO 14064-reeks zijn de twee belangrijksteinternationale kaders voor broeikasgasinventarissen. Het GHG Protocol wordtveel gebruikt voor bedrijfsinventarissen en de scope-indeling; ISO 14064-1biedt eisen en richtlijnen voor kwantificering en rapportage oporganisatieniveau. Voor producten, verificatie of specifieke aanbestedingenkunnen aanvullende normen of klantvereisten gelden — er bestaat dus niet éénvaste methode.

De bekende indeling in drie scopes komt uithet GHG Protocol. ISO 14064-1 hanteert een eigen indeling in zes categorieën:directe emissies (categorie 1), indirecte emissies uit ingekochte energie(categorie 2) en overige indirecte emissies (categorieën 3 tot 6). Die indelingsluit grotendeels aan op de scopes. De drie scopes van het GHG Protocol zijn:

•     Scope 1 — directe uitstoot van bronnendie u bezit of beheert: stookinstallaties, bedrijfsvoertuigen, industriëleprocessen op uw terrein.

•     Scope 2 — indirecte emissies vaningekochte elektriciteit, stoom, warmte of koeling.

•     Scope 3 — overige indirecte emissies inuw waardeketen: van ingekochte goederen en diensten over transport enzakenreizen tot het gebruik en de verwerking van uw producten bij de eindklant.

Scope 3 is meteen het meest complexe én hetmeest relevante deel voor ketendruk. Vraagt een klant zoals ColruytCO₂-gegevens bij u op, dan gaat het meestal minstens om uw eigen Scope 1 en 2 —emissies die in de Scope 3-rapportage van uw klant terechtkomen. Klanten kunnenechter ook emissiedata per product of over de hele keten opvragen; Colruytwerkt bijvoorbeeld aan betere data-uitwisseling op productniveau. Voor decategorie ingekochte goederen en diensten van uw klant telt immers de volledigeuitstoot van uw product tot aan de fabriekspoort, inclusief de emissies van uweigen toeleveranciers (uw upstream Scope 3). Afhankelijk van het product of dedienst kunnen uw emissies in verschillende Scope 3-categorieën van de klantvallen.

Waarbegint u, afhankelijk van uw omvang?‍

Voor bedrijvendie voor het eerst een footprint opmaken, volstaat vaak een Scope 1+2-analyseals startpunt, aangevuld met de meest materiële Scope 3-categorieën zoalszakenreizen, woon-werkverkeer en ingekochte goederen en diensten.

Kleinere en middelgrote ondernemingenkunnen zich daarbij baseren op de VSME-standaard (Voluntary SustainabilityReporting Standard for SMEs), die EFRAG in december 2024 publiceerde en waarvande Europese Commissie het gebruik in 2025 aanbeval voor niet-beursgenoteerdekmo's. Onder Omnibus I heeft de Commissie op basis daarvan een vrijwilligestandaard vastgesteld voor ondernemingen met minder dan 1.000 werknemers. Die standaard bepaalt ook welke informatie rapporterende klantenmaximaal bij deze ondernemingen kunnen opvragen. Hij blijft vrijwillig enproportioneel, en vervangt geen sectorspecifieke wettelijke verplichting,vergunningseis, klantvereiste of verificatie-eis.

Grote ondernemingen die onder de CSRDvallen, rapporteren volgens de ESRS en hebben doorgaans een volledigere Scope3-inventaris nodig, inclusief data van hun leveranciers. Grote bedrijven diebuiten de nieuwe CSRD-drempels vallen, kunnen er toch voor kiezen om eenvolwaardige inventaris op te stellen volgens het GHG Protocol of ISO 14064 —bijvoorbeeld wanneer klanten, investeerders of banken daarom vragen.

Wat kost het om niets te doen?

Er bestaat geen algemene boete voor hetontbreken van een vrijwillige bedrijfsfootprint. Dat klopt. Maar afzonderlijkeverplichtingen — rond de CSRD, EU ETS, CBAM, energie-audits of vergunningen —kunnen wel degelijk sancties omvatten wanneer ze niet worden nageleefd.

Daarnaast stapelen de indirecte effectenzich op. Het ontbreken van klimaatdata kan de toegang tot klanten, financieringof aanbestedingen bemoeilijken, afhankelijk van de concrete selectiecriteria.Een leverancier zonder CO₂-data is voor rapporterende afnemers moeilijker meete nemen in hun eigen rapportageketen. En een grote onderneming zonder zicht ophaar keten kan haar eigen klimaatdoelen moeilijk onderbouwen tegenoverinvesteerders en klanten.

Financiering. Banken moeten hun eigen Pillar 3 ESG Risk Disclosure invullen enhebben daarvoor mogelijk data van klanten nodig. Ontbrekende data kan leidentot aanvullende vragen of een voorzichtigere risico-inschatting, maar heeftniet bij elke bank automatisch hetzelfde effect op de rentevoet.

Arbeidsmarkt. In de Global Gen Z and Millennial Survey 2023 van Deloitte — eenwereldwijde enquête bij ruim 22.000 jongeren in 44 landen, niet specifiek inBelgië — zei 55% van de Gen Z'ers en 54% van de millennials dat ze demilieu-impact en het beleid van een werkgever onderzoeken voordat ze een jobaanvaarden. In de editie van 2024, met een anders geformuleerde vraag, gafongeveer een kwart aan dat al effectief te hebben gedaan. Het gaat omzelfgerapporteerd gedrag, niet om een gemeten effect op werving. Toch kan hetklimaatprofiel van een werkgever in een krappe arbeidsmarkt meewegen bij jongtalent.

Verzekeringen. Klimaatrisico's kunnen ook meespelen in gesprekken met uwverzekeraar, bijvoorbeeld voor bedrijfsgebouwen, materieel ofbedrijfsonderbreking. Het gaat dan om fysieke risico's zoals overstromingen,hittestress of stormschade — en dat is iets anders dan een CO₂-footprint. Eenfootprint brengt uw uitstoot in kaart, niet uw blootstelling aan klimaatschade;daarvoor is een aparte klimaatrisicoanalyse nodig. Wie beide in beeld heeft,gaat met meer informatie het gesprek over zijn polis aan.

Van verplichting naar voorsprong

Hier zit de omslag die veel bedrijvenmissen.

Een CO₂-footprint is niet alleen eencompliance-document — al is emissierapportage voor ondernemingen onder de CSRD,EU ETS of CBAM wel degelijk een wettelijke verplichting. Het is ook eenmanagementinstrument. Wie zijn emissies kent, weet beter waar zijnenergiekosten zitten, waar zijn waardeketen kwetsbaar is voor prijsschokken opgrondstoffen of transport, en waar efficiëntiewinst mogelijk is die kanbijdragen aan een beter resultaat.

De sterke stijging van de Europesegasprijzen in 2022 maakte voor veel bedrijven duidelijk hoe kwetsbaar hunenergiekosten zijn. Wie al wist waar zijn grootste verbruikers enemissiebronnen zaten, bijvoorbeeld dankzij een energieaudit of CO₂-analyse, hadin principe een beter vertrekpunt om gericht te reageren: investeren inisolatie, overstappen op hernieuwbare contracten of productieprocessenbijsturen.

Wie nu een gedegen CO₂-analyse opzet, legteen basis die later kan dienen voor SBTi-validatie, een EcoVadis-rating, een BCorp-traject of CSRD-rapportage — zonder later opnieuw van nul te moetenbeginnen. De data die u nu verzamelt, is de fundering voor wat volgt.

Waar begint u?

Een CO₂-analyse hoeft niet complex testarten. Een Scope 1+2-meting met de meest materiële Scope 3-categorieën geeftvaak al een bruikbaar eerste beeld van wat klanten en banken opvragen. Voorgrote ondernemingen met meerdere vestigingen of een uitgebreidetoeleveringsketen is het zinvol om meteen ook de consolidatie en deleveranciersdata mee te plannen.

Via de duurzaamheidsscan op dit platformziet u in minder dan 15 minuten waar uw bedrijf staat op de belangrijksteduurzaamheidsdimensies — inclusief CO₂. Dat is geen vervanging voor eenvolwaardige analyse, maar het geeft meteen een richtinggevend beeld en toontwelke stappen het meest urgent zijn.

Klaar voor een volledige, methodologischonderbouwde CO₂-analyse? Conform het GHG Protocol of ISO 14064, met een rapportdat u bij klanten, banken, investeerders en aanbesteders kunt gebruiken? Bekijkdan wat onze CO₂-analyseservice uw bedrijf concreet oplevert — of u nu een kmobent of een grote onderneming. Geen abstracte kaders. Wel een getal, eencontext en een plan.

Waar begint u?

Een CO₂-analyse hoeft niet complex te starten. Een Scope 1+2-meting met de meest materiële Scope 3-categorieën geeft vaak al een bruikbaar eerste beeld van wat klanten en banken opvragen.

Via de quick scan op dit platform ziet u in minder dan 15 minuten waar uw bedrijf staat op de belangrijkste duurzaamheidsdimensies — inclusief CO₂. Dat is geen vervanging voor een volwaardige analyse, maar het geeft u meteen een richtinggevend beeld en toont u welke stappen het meest urgent zijn.

Als u klaar bent voor een volledige, methodologisch onderbouwde CO₂-analyse — conform het GHG Protocol of ISO 14064, met een rapport dat u bij klanten, banken en aanbesteders kunt gebruiken — bekijkt u best wat onze CO₂-analyseservice uw bedrijf concreet oplevert. Geen abstracte kaders. Wel een getal, een context, en een plan.

FAQ

Is een CO₂-footprint wettelijk verplicht voor een Belgisch bedrijf?

Dat hangt sterk af van de omvang en het statuut van de onderneming.

Voor de meeste niet-beursgenoteerde kmo's bestaat er vandaag geen algemene wettelijke verplichting om een volledige CO₂-footprint op te stellen en te publiceren.

Grote en beursgenoteerde ondernemingen die onder de CSRD vallen, moeten wel uitgebreid rapporteren over hun broeikasgasemissies.

Daarnaast kunnen ook kleinere bedrijven specifieke verplichtingen krijgen door deelname aan het EU Emissions Trading System (EU ETS), import van goederen die onder het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) vallen, of andere sectorale en regionale regelgeving.

Los van deze wettelijke verplichtingen vragen grote klanten, banken en aanbestedende overheden in de praktijk steeds vaker klimaatdata, ongeacht de grootte van het bedrijf.

Welke methode moet ik gebruiken om mijn CO₂-footprint te berekenen?

Het GHG Protocol (ontwikkeld door het World Resources Institute en de WBCSD) en de ISO 14064-reeks zijn de twee belangrijkste internationale referentiekaders. Beide verdelen emissies in Scope 1 (directe uitstoot), Scope 2 (ingekochte energie) en Scope 3 (waardeketen). Welk kader het meest geschikt is, hangt af van uw doel — een interne inventaris, externe rapportage, verificatie of een specifieke klant- of aanbestedingsvereiste. Voor kmo's is een Scope 1+2-analyse met de meest materiële Scope 3-categorieën vaak een proportioneel startpunt.

Wat is het verschil tussen Scope 1, Scope 2 en Scope 3?

Scope 1 omvat de directe uitstoot van bronnen die uw bedrijf bezit of beheert, zoals stookketels en bedrijfsvoertuigen. Scope 2 betreft de indirecte emissies van ingekochte elektriciteit, warmte, stoom of koeling. Scope 3 dekt de overige indirecte emissies in uw waardeketen — van ingekochte goederen en diensten tot het gebruik en de verwerking van uw producten bij de klant. Scope 3 is doorgaans de grootste categorie en wordt het vaakst opgevraagd in ketensamenwerking.

Vragen klanten zoals Colruyt of Lidl echt klimaatdata van hun leveranciers?

Ja, in verschillende vormen. Colruyt Group verwacht van leveranciers onder meer dat zij bereid zijn om via SBTi naar wetenschappelijk onderbouwde klimaatdoelen toe te werken. Lidl België gebruikt sinds 2018 onder meer EcoVadis en andere duurzaamheidsinformatie in het aankoopproces. Een EcoVadis-score is een bredere duurzaamheidsbeoordeling — niet uitsluitend gebaseerd op CO₂-data — en de precieze rol van klimaatdata in selectie- of gunningsbeslissingen verschilt per klant, contract en productcategorie.

Hoe lang duurt het om een CO₂-footprint op te maken?

Dat verschilt sterk per onderneming. Een basisanalyse voor Scope 1 en 2 wordt bij een kmo met goed toegankelijke energiedata in de praktijk vaak binnen enkele weken afgerond; een volledige analyse inclusief de meest materiële Scope 3-categorieën vraagt doorgaans meer tijd, afhankelijk van omvang, datakwaliteit, consolidatie en de beschikbaarheid van leveranciersdata. Via een quick scan kunt u in minder dan 15 minuten een eerste richtinggevend beeld krijgen van uw positie.

Kernpunten

•     Na omzetting in Belgisch rechtvallen vanaf boekjaar 2027 enkel ondernemingen met meer dan 1.000 werknemers énmeer dan €450 miljoen netto-omzet nog onder de CSRD. Ondernemingen uit deeerste rapportagegolf kunnen tot en met boekjaar 2026 nog rapportageplichtigzijn, afhankelijk van de Belgische omzetting. Voor bedrijven onder de nieuwedrempels is er geen algemene plicht om een CO₂-footprint op te maken.

•     Specifieke verplichtingenkunnen wel gelden voor bedrijven van elke omvang, bijvoorbeeld via EU ETS,CBAM, regionale energieregels, milieuvergunningen of sectorale rapportage.

•     Grote klanten, banken,verzekeraars en aanbestedende overheden vragen steeds vaker klimaatdata, ookzonder wettelijke verplichting.

•     Het GHG Protocol en de ISO14064-reeks zijn de belangrijkste internationale kaders om een CO₂-footprint opte maken; welk kader het beste past, hangt af van het doel.

•     Wie tijdig met klimaatdatastart, loopt voor op de groeiende vraag vanuit klanten, financiers enoverheden.

Waar begint u?

Een CO₂-analyse hoeft niet complex te starten. Een Scope 1+2-meting met de meest materiële Scope 3-categorieën geeft vaak al een bruikbaar eerste beeld van wat klanten en banken opvragen.

Via de quick scan op dit platform ziet u in minder dan 15 minuten waar uw bedrijf staat op de belangrijkste duurzaamheidsdimensies — inclusief CO₂. Dat is geen vervanging voor een volwaardige analyse, maar het geeft u meteen een richtinggevend beeld en toont u welke stappen het meest urgent zijn.

Als u klaar bent voor een volledige, methodologisch onderbouwde CO₂-analyse — conform het GHG Protocol of ISO 14064, met een rapport dat u bij klanten, banken en aanbesteders kunt gebruiken — bekijkt u best wat onze CO₂-analyseservice uw bedrijf concreet oplevert. Geen abstracte kaders. Wel een getal, een context, en een plan.

Laten we ecologie en economie samenbrengen in de werking en groei van uw organisatie!

Glazen kantoorgebouw achter groene boomtakken

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

Ontvang elk kwartaal de nieuwste inzichten rond duurzaamheid, ecologie en verantwoorde groei.

Door op de knop te klikken, bevestigt u dat u akkoord gaat met onze algemene voorwaarden.
Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven voor onze nieuwsbrief.
Oops! Er ging iets mis bij het invullen van het formulier. Probeer het opnieuw.