Kernpunten
- VSME staat voor Voluntary Sustainability Reporting Standard for SMEs: een vrijwillige Europese rapporteringsstandaard voor niet-beursgenoteerde micro-, kleine en middelgrote ondernemingen.
- De standaard werd ontwikkeld door EFRAG en op 17 december 2024 aan de Europese Commissie bezorgd. In juli 2025 nam de Europese Commissie de standaard over in een aanbeveling voor vrijwillig gebruik.
- VSME bestaat uit een Basic Module met disclosures B1 tot en met B11 en een Comprehensive Module met aanvullende disclosures C1 tot en met C9.
- De Comprehensive Module bouwt voort op de Basic Module. Ze is dus geen volledig losstaand alternatief.
- VSME is voor de meeste KMO’s niet wettelijk verplicht. Toch kunnen klanten, banken en investeerders duurzaamheidsinformatie vragen.
- Sinds de Europese duurzaamheidsregels in 2026 zijn aangepast, gelden er bovendien specifieke beperkingen op wat CSRD-plichtige ondernemingen van kleinere waardeketenpartners mogen vragen voor hun eigen CSRD-rapportering.
- Wie vandaag begint, bouwt een gecontroleerde en herbruikbare datagrondslag op. Dat kan helpen bij klantenvragen, financieringsdossiers, aanbestedingen en toekomstige duurzaamheidsdoelstellingen — zonder dat het automatisch leidt tot een hogere kredietscore, lagere rente of gewonnen contracten.
Uw grootste klant stelt u vragen over uw CO₂-uitstoot, uw energieverbruik, uw afvalstromen of uw sociale beleid. U hebt geen gestructureerd rapport. Uw informatie zit verspreid over facturen, HR-systemen en e-mails. U hebt misschien wel een goede intentie, maar uw klant heeft vooral controleerbare en vergelijkbare informatie nodig.
VSME helpt u om die informatie op een proportionele manier te verzamelen, te structureren en te delen.
Contacteer ons
Laat ons meedenken over hoe u dit kan aanpakken.
Waarom VSME nu op uw radar staat
Duurzaamheidsvragen komen steeds vaker uit de waardeketen. Grote klanten, financiële instellingen en investeerders willen niet alleen weten wat zij zelf doen, maar ook welke risico’s en impacts zich voordoen bij leveranciers en portefeuillebedrijven.
De omvang en aard van die vragen verschillen per sector en klantrelatie. Een retailer kan vragen naar product- en verpakkingsdata, een industriële klant naar emissies en energieverbruik, en een bank naar klimaatrisico’s of de energieprestatie van activa.
Dat betekent niet dat elke KMO automatisch een uitgebreid duurzaamheidsrapport moet opstellen. Het betekent wel dat een onderneming sneller moet kunnen antwoorden wanneer een belangrijke zakenpartner informatie vraagt.
De Europese Commissie beveelt VSME aan als proportioneel referentiekader voor ondernemingen die niet onder de verplichte CSRD-rapportering vallen. De standaard is bedoeld om:
- vragen van grote ondernemingen in de waardeketen te beantwoorden;
- informatie aan te leveren aan banken en investeerders;
- duurzaamheidskwesties binnen de onderneming beter te beheren;
- vergelijkbare informatie te creëren zonder een volledig ESRS-rapport te moeten maken.
De context is sinds 2026 bovendien gewijzigd. Door de Omnibus I-wijzigingen is de verplichte CSRD-scope beperkt tot ondernemingen die boven de nieuwe drempels vallen, waaronder gemiddeld meer dan 1.000 werknemers en een netto-omzet van meer dan 450 miljoen euro.
Daarnaast geldt een value-chain cap. Voor CSRD-doeleinden mogen ondernemingen die zelf onder CSRD vallen, van waardeketenpartners met maximaal 1.000 werknemers niet onbeperkt bijkomende duurzaamheidsinformatie verlangen. De precieze bescherming verschilt naargelang de omvang van de onderneming en de onderdelen van de vrijwillige standaard. De beperking geldt alleen voor informatie die nodig is voor CSRD-rapportering; andere contractuele of wettelijke informatievragen vallen er niet automatisch onder.
VSME is dus geen bureaucratisch kader dat aan elke KMO wordt opgelegd. Het is een vrijwillige standaard die helpt om duurzaamheidsinformatie op een efficiënte en consistente manier te organiseren.
Wat is VSME precies?
VSME staat voor Voluntary Sustainability Reporting Standard for SMEs. Het is een vrijwillige Europese standaard voor niet-beursgenoteerde micro-, kleine en middelgrote ondernemingen.
EFRAG ontwikkelde de standaard op verzoek van de Europese Commissie. De Commissie nam de standaard in juli 2025 over in een aanbeveling voor vrijwillig gebruik.
Het uitgangspunt is proportionaliteit. Een KMO beschikt doorgaans over minder financiële middelen, personeel en rapporteringservaring dan een grote onderneming. VSME probeert daarom relevante duurzaamheidsinformatie te structureren zonder de volledige complexiteit van ESRS/CSRD te kopiëren.
VSME behandelt brede duurzaamheidskwesties die ook in de Europese duurzaamheidsrapportering voorkomen, maar op een meer proportionele manier. De standaard is ontworpen met het oog op consistentie en interoperabiliteit met ESRS. Dat betekent dat VSME-data nuttig kan zijn voor klanten die zelf onder CSRD rapporteren. VSME vervangt echter geen ESRS-rapport en garandeert niet dat alle informatiebehoeften van een grote klant zijn afgedekt.
De standaard kan u helpen om:
- uw belangrijkste duurzaamheidsdata op één plaats te verzamelen;
- informatievragen van klanten consistenter te beantwoorden;
- bronnen, aannames en berekeningen te documenteren;
- verbeterpunten en duurzaamheidsrisico’s te identificeren;
- jaar-op-jaar vooruitgang te volgen.
De twee modules van VSME
De standaard bestaat uit een Basic Module en een Comprehensive Module. De Comprehensive Module bouwt voort op de Basic Module.
Basic Module
Het Basic Module omvat disclosures B1 tot en met B11. Het vormt het proportionele startpunt en is de doelbenadering voor micro-ondernemingen. Voor andere ondernemingen die de volledige VSME-standaard toepassen, vormt het Basic Module de basis waarop aanvullende informatie kan worden toegevoegd.
Het Basic Module behandelt onder meer:
- de basis voor de rapportering en de rapporteringsscope;
- praktijken, beleidsmaatregelen en initiatieven;
- energie en broeikasgasemissies;
- vervuiling;
- biodiversiteit;
- water;
- grondstoffengebruik, circulaire economie en afval;
- algemene kenmerken van het personeelsbestand;
- gezondheid en veiligheid;
- verloning, collectieve onderhandelingen en opleiding;
- veroordelingen en boetes wegens corruptie en omkoping.
Bij energie en emissies rapporteert u onder meer het totale energieverbruik in MWh, het aandeel hernieuwbare energie en de bruto broeikasgasemissies. Het Basic Module omvat Scope 1 en locatiegebaseerde Scope 2-emissies. Scope 3 is niet automatisch een verplicht onderdeel voor elke onderneming, maar kan als aanvullende informatie relevant zijn afhankelijk van uw activiteiten en waardeketen.
Het is daarom niet correct om Basic Module te omschrijven als uitsluitend een lijst met energie-, water-, afval- en HR-cijfers. Ook kwalitatieve informatie, beleidsmaatregelen, risico’s en bestuurs-gerelateerde gegevens maken er deel van uit.
Comprehensive Module
Het Comprehensive Module voegt aanvullende informatie toe boven op het Basic Module. Het is bedoeld voor ondernemingen die meer informatie willen verstrekken of die bijkomende informatie nodig hebben voor klanten, banken, investeerders of andere zakenpartners.
Het omvat onder meer informatie over:
- het bedrijfsmodel en de strategie;
- duurzaamheidspraktijken, beleidsmaatregelen en initiatieven;
- emissiereductiedoelstellingen en een klimaattransitie;
- klimaatrisico’s;
- aanvullende kenmerken van het personeelsbestand;
- mensenrechtenbeleid en klachtenmechanismen;
- ernstige negatieve mensenrechtenincidenten;
- bepaalde omzetactiviteiten en activiteiten die relevant zijn voor financiëlemarktinformatie;
- genderdiversiteit in het bestuursorgaan.
Het Comprehensive Module kan relevant zijn wanneer u actief bent in een sector met uitgebreide klantvereisten, wanneer u financiering zoekt, wanneer u investeerdersinformatie moet aanleveren of wanneer u al concrete klimaat- en mensenrechtendoelstellingen hebt.
Scope 3-emissies kunnen in bepaalde gevallen een relevante aanvulling vormen, maar het is te simplistisch om te zeggen dat de Comprehensive Module automatisch Scope 3 voor elke KMO verplicht maakt.
Wie vraagt deze data — en waarom?
Uw klanten
Klanten vragen steeds vaker duurzaamheidsinformatie als onderdeel van leveranciersbeheer, productinformatie, risicobeheer of aanbestedingsprocedures.
Colruyt Group vermeldt publiekelijk verwachtingen ten aanzien van leveranciers rond onder meer mensenrechten, sociale audits, milieuschade, de Europese ontbossingsverordening en wetenschappelijk onderbouwde klimaatdoelstellingen.colruytgroup+1
Andere retailers en industriële ondernemingen kunnen vragen naar:
- energie- en emissiedata;
- hernieuwbare energie;
- afval- en verpakkingsstromen;
- arbeidsomstandigheden;
- gedragscodes en beleidsmaatregelen;
- certificaten of audits;
- klimaatdoelstellingen;
- product- of keteninformatie.
De concrete vereisten verschillen per onderneming, productcategorie, land en contract. Een algemene uitspraak dat een bepaalde retailer in elke categorie een vaste EcoVadis- of SBTi-drempel hanteert, gebruikt u alleen als u daarvoor een actuele en controleerbare bron hebt.
Een VSME-rapport vervangt de vragenlijst van uw klant niet automatisch. Het kan wel een gemeenschappelijke basis bieden waarmee u antwoorden, bronnen en cijfers efficiënter kunt hergebruiken.
Uw bank
Banken nemen duurzaamheids- en transitierisico’s steeds vaker mee in hun risicobeheer. Belfius rapporteert bijvoorbeeld dat het ESG-risico’s in zijn bedrijfsportefeuille beheert en informatie op tegenpartijniveau verzamelt.
Dat betekent niet dat elke bank elke KMO op dezelfde manier beoordeelt of dat een VSME-rapport automatisch tot betere kredietvoorwaarden leidt.
Een gestructureerd rapport kan wel helpen om:
- informatievragen van de bank sneller te beantwoorden;
- uw energie- en emissieprofiel duidelijker toe te lichten;
- klimaat- en transitierisico’s te documenteren;
- aannames en verbeterplannen zichtbaar te maken;
- ontbrekende data tijdig te identificeren.
Of dit invloed heeft op een kredietbeslissing, rente, looptijd of risicopremie hangt af van de bank, het kredietproduct, uw financiële situatie, de sector en het concrete risicoprofiel.
Overheidsopdrachten
In sommige Belgische en Europese aanbestedingen maken duurzaamheidscriteria deel uit van de selectie- of gunningscriteria. Denk bijvoorbeeld aan eisen rond emissies, afval, energie, sociale voorwaarden, certificaten of milieumanagement.
Een VSME-rapport kan helpen om relevante informatie aantoonbaar en consistent aan te leveren. Het rapport levert echter alleen een voordeel op wanneer het aansluit bij de criteria van het concrete bestek. Een rapport op zich geeft niet automatisch extra punten.
Lees daarom altijd:
- welke criteria in het bestek staan;
- welke bewijsstukken worden aanvaard;
- of het om selectiecriteria, uitsluitingsgronden of gunningscriteria gaat;
- welke periode en rapporteringsscope van toepassing zijn.
Uw investeerders
Investeerders en fondsen kunnen duurzaamheidsinformatie nodig hebben voor hun eigen risicobeheer, portefeuillebeheer of rapportering. Een KMO die haar data, beleidsmaatregelen en verbeterplannen kan structureren, is daardoor beter voorbereid op informatieverzoeken.
Dat maakt een onderneming niet automatisch aantrekkelijker als investeringsdoel. De investeringsbeslissing blijft afhangen van onder meer financiële prestaties, marktpositie, strategie, governance en risico’s.
VSME kan wel helpen om duurzaamheidsinformatie in een investeringsdossier op een consistente manier beschikbaar te maken.
Hoe verhoudt VSME zich tot andere kaders?
VSME vs. ESRS (de volledige CSRD-standaard)
ESRS zijn de Europese duurzaamheidsrapportagestandaarden voor ondernemingen die onder de toepasselijke CSRD-regels vallen. VSME is een vrijwillige standaard voor ondernemingen buiten de verplichte rapporteringsscope.
VSME en ESRS behandelen brede, verwante duurzaamheidsthema’s. VSME is echter proportioneel opgezet en bevat niet dezelfde omvang, detaillering of assurancevereisten als een ESRS-rapport.
VSME-data kan bruikbaar zijn voor klanten die zelf onder CSRD rapporteren. Wie later zelf onder ESRS zou vallen, heeft met VSME mogelijk al een deel van de databasis opgebouwd, maar zal nog bijkomende werkzaamheden moeten uitvoeren rond bijvoorbeeld:
- dubbele materialiteit;
- uitgebreidere beleids- en actie-informatie;
- waardeketeninformatie;
- governance en controles;
- rapporteringsvereisten op ESRS-niveau;
- eventuele assurance.
VSME is dus een mogelijke voorbereiding, geen verkorte CSRD-rapportering.
VSME vs. EcoVadis
EcoVadis is een externe duurzaamheidsbeoordeling. EcoVadis beoordeelt onder meer beleid, acties, resultaten en bewijsstukken in verschillende duurzaamheidsthema’s.
VSME is een vrijwillige rapporteringsstandaard en geen score, certificering of onafhankelijke beoordeling. Beide kaders kunnen overlappende informatie gebruiken, bijvoorbeeld over:
- energie;
- emissies;
- afval;
- personeelsbeleid;
- mensenrechten;
- governance;
- doelstellingen en initiatieven.
Wie VSME-data goed organiseert, heeft daardoor mogelijk al een deel van het grondwerk voor een EcoVadis-traject gedaan. Dat garandeert echter geen bepaalde score. EcoVadis kan bijkomende beleidsdocumenten, bewijsstukken, managementprocessen of sectorspecifieke informatie vragen.
VSME vs. B-Corp
B Corp is een certificeringstraject waarbij een onderneming wordt beoordeeld op een brede reeks sociale, ecologische en governancecriteria.
VSME is geen certificering en kent geen algemene prestatiedrempel. De standaard helpt vooral om duurzaamheidsinformatie te rapporteren. De gegevens en beleidsdocumenten die u voor VSME verzamelt, kunnen deels bruikbaar zijn in een B Corp-traject, maar de twee kaders hebben een ander doel en een andere beoordelingslogica.
VSME vs. SBTi
SBTi helpt ondernemingen om klimaatdoelstellingen vast te leggen die aansluiten bij wetenschappelijke klimaatpaden.
VSME en SBTi zijn complementair:
- VSME helpt om uw huidige energie- en emissieprofiel te rapporteren;
- SBTi draait om doelstellingen, validatie en een reductiepad;
- VSME kan een databasis bieden voor het formuleren en opvolgen van klimaatdoelstellingen.
VSME alleen betekent dus niet dat u een wetenschappelijk gevalideerde klimaatdoelstelling hebt.
Hoe start u met VSME-rapportering? Een praktisch stappenplan
Stap 1 — Bepaal uw startpunt
Begin met een inventarisatie van:
- uw juridische structuur en rapporteringsscope;
- uw locaties en activiteiten;
- uw omzet en werknemersaantal;
- bestaande energie-, water- en afvaldata;
- HR-informatie;
- beleidsmaatregelen en certificaten;
- klantvragen, bankvragen en investeerdersvragen;
- lopende duurzaamheidsinitiatieven.
Maak vervolgens een gap-analyse. Noteer per datapunt:
- of de informatie bestaat;
- wie verantwoordelijk is;
- uit welke bron ze komt;
- voor welke periode ze beschikbaar is;
- welke aannames nodig zijn;
- hoe u de informatie volgend jaar opnieuw zult verzamelen.
U kunt hiervoor onze duurzaamheidsscan gebruiken: een gestructureerde doorlichting van uw huidige rapporteringsgereedheid.
Stap 2 — Kies uw module
Gebruik het Basic Module als proportioneel startpunt. Het is voor veel KMO’s de meest efficiënte manier om een eerste gestructureerde rapportering op te bouwen.
Kies voor het Comprehensive Module wanneer:
- een klant of investeerder aanvullende informatie vraagt;
- uw onderneming relevante klimaatrisico’s heeft;
- u klimaatdoelstellingen of een transitieplan wil rapporteren;
- mensenrechtenrisico’s een belangrijke rol spelen;
- u uitgebreider wil antwoorden op financiële duurzaamheidsvragen;
- uw strategie of marktpositie vraagt om meer transparantie.
Controleer altijd eerst de informatiebehoefte van de ontvanger. Een uitgebreider rapport is niet automatisch een beter rapport als de gegevens niet relevant, betrouwbaar of controleerbaar zijn.
Stap 3 — Verzamel uw data
Veel informatie bevindt zich al in uw organisatie, maar vaak verspreid over verschillende systemen.
Mogelijke bronnen zijn:
- energiefacturen en meterstanden;
- aankoopgegevens van elektriciteit, aardgas en brandstoffen;
- voertuig- en tankkaarten;
- afvalattesten en rapporten van afvalophalers;
- waterfacturen en meterstanden;
- HR-systemen;
- preventiedienst en arbeidsongevallenregister;
- loon- en opleidingsgegevens;
- gedragscodes en beleidsdocumenten;
- juridische of compliance-registraties;
- gegevens over locaties, activa en activiteiten.
Een spreadsheet kan volstaan om te starten. Belangrijker dan de software is dat u een duidelijke gegevensstructuur, verantwoordelijke personen en een controleerbare bronregistratie gebruikt.
Platformen zoals ESGpro kunnen helpen om de verzameling, berekening en opvolging te structureren. Een platform vervangt echter niet de inhoudelijke keuzes over rapporteringsscope, datakwaliteit en relevantie.
Stap 4 — Reken uw emissies om
Energiecijfers zijn niet hetzelfde als CO₂-cijfers. U moet energie- en brandstofverbruik omrekenen met emissiefactoren die passen bij:
- de energiedrager;
- de geografische locatie;
- de verslagperiode;
- de gekozen rapporteringsmethode;
- de eenheid waarin de activiteit wordt gemeten.
Voor Scope 1 gaat het bijvoorbeeld om directe emissies uit eigen stookinstallaties of voertuigen. Voor Scope 2 gaat het om indirecte emissies van ingekochte elektriciteit, gerapporteerd volgens de locatiegebaseerde methode in het Basic Module.
Documenteer per berekening:
- de oorspronkelijke activiteitendata;
- de eenheid;
- de gebruikte emissiefactor;
- de bron en publicatiedatum;
- eventuele schattingen;
- de berekeningsformule;
- wijzigingen tegenover het vorige jaar.
Gebruik een erkende en actuele bron die past bij uw methodiek. Een emissiefactor van een overheidsinstantie, sectororganisatie of internationaal erkend protocol is niet automatisch geschikt voor elke toepassing. Vermeld daarom altijd welke factor u precies gebruikt en waarom.
Rapporteer bruto-emissies en trek compensaties of verwijderingen niet zomaar af van uw emissies. Als u bijkomende klimaatclaims maakt, moet u die afzonderlijk en transparant onderbouwen.
Stap 5 — Documenteer en publiceer
Een VSME-rapport moet gestructureerd en deelbaar zijn. Het hoeft niet automatisch publiek te worden gemaakt.
U kunt het rapport:
- bezorgen aan een klant;
- toevoegen aan een financieringsdossier;
- delen met een investeerder;
- gebruiken als input voor een EcoVadis-traject;
- publiceren op uw website;
- intern gebruiken voor doelstellingen en opvolging.
Zorg dat het rapport minstens duidelijk maakt:
- welke onderneming en locaties zijn opgenomen;
- over welke periode wordt gerapporteerd;
- welke gegevens rechtstreeks gemeten zijn;
- welke gegevens geschat zijn;
- welke bronnen en emissiefactoren zijn gebruikt;
- welke datapunten niet beschikbaar zijn;
- welke acties gepland zijn.
VSME vereist geen verplichte externe assurance. Dat betekent niet dat de cijfers vrijblijvend zijn. Een duidelijke audit trail, interne controle en consistente methodiek verhogen de betrouwbaarheid van uw rapport. Externe begeleiding kan daarbij helpen.
Stap 6 — Herhaal en verbeter
Rapportering is geen eenmalige oefening. Plan jaarlijks een update waarin u:
- dezelfde definities en grenzen opnieuw toepast;
- wijzigingen in activiteiten en locaties registreert;
- ontbrekende data aanvult;
- cijfers met het vorige jaar vergelijkt;
- verbeterpunten opvolgt;
- doelstellingen formuleert;
- klant- en bankvragen actualiseert.
Zo groeit rapportering uit tot een managementinstrument. U gebruikt uw data niet alleen om externe vragen te beantwoorden, maar ook om energiegebruik, operationele risico’s, personeelskwesties en verbeterkansen beter te beheren.
De kans die u niet mag mislopen
Wie nu begint, kan de rapportering stapsgewijs opbouwen. Wie wacht tot een klant, bank of investeerder een dringende vraag stelt, loopt meer kans op ontbrekende data, onduidelijke aannames en inconsistente antwoorden.
Een goed VSME-rapport kan een verschil maken doordat het:
- uw informatie sneller beschikbaar maakt;
- uw antwoorden tussen verschillende klanten consistent maakt;
- laat zien welke gegevens betrouwbaar zijn en welke nog ontbreken;
- duurzaamheidsrisico’s bespreekbaar maakt;
- de basis legt voor doelstellingen en verbeteracties;
- informatie kan ondersteunen in commerciële of financiële gesprekken.
Dat is geen garantie op een contract, financiering of betere score. Het is wel een manier om beter voorbereid en aantoonbaar georganiseerd aan tafel te zitten.
Voor veel KMO’s wordt aantoonbare duurzaamheid steeds relevanter in klantrelaties, financiering en aanbestedingen. VSME behoort tot de meest gestructureerde Europese opties om dat gesprek proportioneel en geloofwaardig aan te gaan.
Klaar om te starten?
Een duidelijke audit trail, interne controle en consistente methodiek verhogen de betrouwbaarheid van uw rapport. Externe begeleiding kan daarbij helpen.
Bekijk hoe wij u en uw bedrijf kunnen ondersteunen en begeleiden in jullie VSME traject.
FAQ
Nee, VSME is een vrijwillige standaard. Er bestaat in het algemeen geen verplichting voor Belgische KMO’s om een VSME-rapport op te stellen.
Dat neemt niet weg dat klanten, banken of investeerders duurzaamheidsinformatie kunnen vragen. De inhoud en omvang van die vragen verschillen per sector, onderneming en doel. Sinds de Omnibus I-wijzigingen gelden bovendien beperkingen op bepaalde CSRD-gerelateerde dataverzoeken aan ondernemingen met maximaal 1.000 werknemers.
De Basic Module omvat disclosures B1 tot en met B11. Het behandelt onder meer de rapporteringsbasis, beleidsmaatregelen, energie en emissies, vervuiling, biodiversiteit, water, afval, het personeelsbestand, gezondheid en veiligheid, verloning, opleiding en corruptiegerelateerde veroordelingen en boetes.
De Comprehensive Module bouwt daarop voort met aanvullende informatie over onder meer strategie, klimaatdoelstellingen, klimaatrisico’s, mensenrechten, bepaalde activiteiten en genderdiversiteit in het bestuursorgaan. Scope 3 is niet automatisch een verplicht onderdeel van de Comprehensive Module voor elke KMO.
Dat hangt af van uw omvang, sector, rapporteringsscope en datavolwassenheid.
Een onderneming die haar energie-, HR- en afvaldata al centraal bijhoudt, kan een eerste Basic Module sneller opstellen dan een onderneming die gegevens moet reconstrueren. De eerste rapporteringscyclus duurt doorgaans langer omdat u definities, verantwoordelijken, bronnen en berekeningsmethodes moet vastleggen.
Een professioneel begeleid traject van vier tot zes weken kan haalbaar zijn voor een beperkte scope en goed beschikbare data, maar die termijn is geen algemene VSME-regel. Vermeld een dergelijke termijn daarom als indicatie voor uw eigen dienst, niet als vaste doorlooptijd voor elke onderneming.
Grotendeels wel, maar niet zonder aanvullende voorbereiding.
VSME-data over energie, emissies, afval, personeel, beleid en initiatieven kan in een EcoVadis-traject bruikbaar zijn. EcoVadis beoordeelt echter ook de kwaliteit van beleidsmaatregelen, acties, resultaten en bewijsstukken. VSME is geen EcoVadis-score en garandeert geen bepaalde beoordeling.
ESRS geldt voor ondernemingen die onder de toepasselijke CSRD-regels vallen. VSME is een vrijwillige standaard voor ondernemingen buiten de verplichte scope.
VSME is ontworpen met het oog op consistentie met de Europese duurzaamheidsrapportering. Daardoor kunnen VSME-gegevens nuttig zijn voor klanten die zelf ESRS-rapporteren. VSME vervangt echter geen ESRS-rapport en vormt geen garantie dat alle toekomstige ESRS-informatie al beschikbaar is.
Nee. VSME vereist geen verplichte externe assurance.
U blijft wel verantwoordelijk voor de kwaliteit van de informatie. Zorg daarom voor:
- duidelijke bronnen;
- consistente definities;
- gedocumenteerde emissiefactoren;
- interne controles;
- verklaringen voor schattingen;
- transparantie over ontbrekende data.
Externe begeleiding kan wel interessant om de voorbereiding concreet te maken, het rapport te schrijven en een kwaliteitscontrole uit te voeren. Dit kan helpen voor een sterker kwalitatief rapport.
Lees meer
Laten we ecologie en economie samenbrengen in de werking en groei van uw organisatie!

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief
Ontvang elk kwartaal de nieuwste inzichten rond duurzaamheid, ecologie en verantwoorde groei.



