Kernpunten
- De SBTi-validatievergoeding bedraagt $1.250 tot $3.500 voor KMO's (SME-route) en vanaf $9.500 voor grote ondernemingen (standaardroute), afhankelijk van uw omzet en het type doelstelling. Dat is alleen de officiële fee, niet de volledige projectkost.
- De SME-route blijft open tot 31 januari 2028. Daarna verlopen alle nieuwe indieningen via versie 2.0 van de SBTi-standaard. Wie nu start, houdt daar best rekening mee in de planning.
- Een volledig SBTi-traject, van nulmeting tot goedgekeurde doelstelling, kost een Belgische KMO realistisch €8.000 tot €35.000. Voor grote ondernemingen ligt dat doorgaans tussen €35.000 en €100.000 of meer.
- De grootste kostenpost is niet de fee, maar de voorbereiding: een correcte carbon footprint (Scope 1, 2 én 3) is de basis van alles.
- Wie al beschikt over een betrouwbare CO₂-meting, bespaart aanzienlijk op de totale projectkost, ongeacht de bedrijfsgrootte.
- SBTi is geen nice-to-have: klanten als Colruyt en Lidl, banken als KBC en Belfius en steeds meer investeerders wegen dit mee in hun beslissingen.
Waarom deze vraag nu relevant is
Uw klant vraagt om een SBTi-engagement. Of uw bank vraagt ernaar bij de hernieuwing van uw kredietlijn. Of uw raad van bestuur en aandeelhouders willen een geloofwaardig klimaattransitieplan zien in uw duurzaamheidsrapportering. Of uw concurrent kondigt het aan in een persbericht. Dan wilt u weten: wat kost dit nu eigenlijk?
Niet wat het conceptueel kost. Wat het u, concreet, gaat kosten, of u nu een KMO met 50 medewerkers bent of een onderneming met duizenden werknemers in meerdere landen.
Dat is precies wat dit artikel beantwoordt.
Contacteer ons
Laat ons meedenken over hoe u dit kan aanpakken.
De officiële SBTi-vergoeding: wat betaalt u aan SBTi zelf?
Het Science Based Targets initiative (SBTi) rekent een validatievergoeding aan voor het beoordelen en goedkeuren van uw klimaatdoelstellingen. Sinds 5 januari 2026 gelden de tarieven uit de Target Validation Service Offerings (versie 6.1) van SBTi Services. De vergoeding wordt uitgedrukt in Amerikaanse dollar (USD) en hangt af van drie zaken: de route (SME of standaard), het type doelstelling (near-term, netto-nul of beide) en uw omzet-tier:
KMO via de SME-route
- Near-term of netto-nul: $1.250 (Tier 1, omzet < €5 miljoen) of $2.000 (Tier 2, omzet ≥ €5 miljoen)
- Near-term + netto-nul: $2.500 (Tier 1) of $3.500 (Tier 2)
Grote onderneming via de standaardroute
- Near-term: $9.500 tot $13.000 of meer, afhankelijk van omzet-tier (Tier 1 t/m 4)
- Netto-nul: $9.500 tot $13.000 of meer, afhankelijk van omzet-tier
- Near-term + netto-nul: $14.500 tot $21.750 of meer, afhankelijk van omzet-tier
Financiële instellingen
• Aparte tarieven; zie de actuele Service Offerings.
Deze vergoeding dekt uitsluitend de technische beoordeling door het SBTi-team. Ze dekt niet de voorbereiding, de berekeningen, de documentatie, noch enige begeleiding. Dat is de valkuil waar veel bedrijven, groot én klein, in trappen: ze begroten enkel de fee en worden verrast door de rest.
Let op de omrekening. SBTi factureert in dollar. De eurobedragen in dit artikel zijn omgerekend aan ongeveer $1 = €0,86; de effectieve kost hangt af van de wisselkoers op het moment van facturatie. Bedrijven uit ontwikkelingslanden en transitie-economieën krijgen tot 85% korting, maar voor Belgische ondernemingen speelt die korting niet.
De werkelijke projectkost: wat betaalt u in totaal?
De validatievergoeding is het topje van de ijsberg. De echte kost zit in de voorbereiding: alles wat u moet doen vóór u een doelstelling kunt indienen bij SBTi.
Stap 1: Carbon footprint (Scope 1, 2 en 3)
SBTi eist een volledige emissie-inventaris: Scope 1 (directe uitstoot), Scope 2 (aangekochte energie) en voor de meeste doelstellingen ook Scope 3 (de volledige waardeketen: inkoop, transport, gebruik van producten, afval).
Scope 3 is veruit de meest bewerkelijke stap. Voor een productiebedrijf kan dit inhouden dat u emissiedata opvraagt bij tientallen of zelfs honderden leveranciers. Voor een distributiebedrijf gaat het over logistiek, verpakking en klantgebruik. Bij grote ondernemingen komt daar nog de consolidatie van data over vestigingen, dochterbedrijven en landen heen bij.
Kostenbandbreedtes voor de carbon footprint:
- Scope 1 + 2 alleen (beperkt): €2.000 – €5.000
- Scope 1 + 2 + 3 bij een KMO (vereist voor een volledige SBTi-doelstelling): €5.000 – €15.000
- Scope 3 bij een complexe keten (internationaal, meerdere productlijnen): €10.000 – €25.000
- Grote onderneming met meerdere vestigingen, dochterbedrijven en consolidatie op groepsniveau: €20.000 – €60.000
Hebt u al een recente, gevalideerde carbon footprint? Dan bespaart u vaak tot de helft van het budget.
Stap 2: Doelstellingsontwikkeling en scenarioanalyse
Op basis van de footprint bepaalt u welke emissiereducties u wilt vastleggen en over welke tijdshorizon. SBTi hanteert een 1,5°C-pad als minimum voor near-term doelstellingen (2030-2035). Bedrijven die de standaardroute volgen, leggen daarnaast een netto-nul doelstelling op lange termijn vast (uiterlijk 2050).
Deze stap vereist expertise in klimaatwetenschappelijke methodologieën, zoals de SBTi Corporate Net-Zero Standard, de FLAG-standaard voor landbouw en bosbouw en de methodologie voor financiële instellingen. Een externe adviseur rekent hiervoor doorgaans €3.000 – €8.000 voor een KMO. Voor grote ondernemingen, waar scenario's per business unit of per regio worden uitgewerkt, ligt dat eerder rond €10.000 – €25.000.
Stap 3: Documentatie en indiening
SBTi heeft een strikt indieningsproces met specifieke templates, gestandaardiseerde berekeningen en technische bijlagen. De documentatie correct samenstellen kost tijd, intern of extern.
Interne tijdsinvestering: 20 tot 60 mandagen bij een KMO, afhankelijk van de beschikbare data en expertise. Bij grote ondernemingen loopt dat vaak hoger door de interne afstemming tussen afdelingen en entiteiten. Externe begeleiding voor dit onderdeel: €2.000 – €5.000 voor een KMO en €5.000 – €12.000 voor een grote onderneming.
Voorbeeldbudget 1: een Belgisch productiebedrijf met 120 werknemers
Om dit concreet te maken: een Belgisch productiebedrijf met 120 medewerkers, twee productielocaties, een omzet boven €5 miljoen en een internationale toeleveringsketen. Dit bedrijf volgt de SME-route (Tier 2) en legt in een eerste fase een near-term doelstelling vast.
Kostenelement
Geraamd bedrag
Carbon footprint Scope 1 + 2
€3.500
Carbon footprint Scope 3 (leveranciers + klanten)
€9.000
Doelstellingsontwikkeling + scenarioanalyse
€5.500
Documentatie en indiening
€3.000
SBTi-validatievergoeding SME-route, Tier 2 ($2.000)
€1.700
Totaal
€22.700
Dit is een realistisch middenscenario. Eenvoudigere bedrijven (één locatie, beperkte Scope 3) kunnen dit realiseren voor €10.000 – €15.000. Complexere ketens overschrijden soms de €40.000.
Voorbeeldbudget 2: een grote onderneming met 1.500 werknemers
Een Belgische onderneming met 1.500 medewerkers, zes vestigingen in drie landen en een brede productportfolio. Dit bedrijf volgt de standaardroute en legt zowel een near-term als een netto-nul doelstelling vast.
Kostenelement
Geraamd bedrag
Carbon footprint Scope 1 + 2 (alle vestigingen, geconsolideerd)
€8.000
Carbon footprint Scope 3 (volledige waardeketen)
€30.000
Doelstellingsontwikkeling near-term + netto-nul, scenarioanalyse
€15.000
Documentatie en indiening
€8.000
SBTi-validatievergoeding near-term + netto-nul ($14.500 – $21.750, afhankelijk van omzet-tier)
€12.500 – €18.700
Totaal
€73.500 – €79.700
Ook hier gaat het om een middenscenario. Grote ondernemingen met een eigen duurzaamheidsteam en een bestaande, geauditeerde emissie-inventaris komen vaak lager uit. Internationale groepen met complexe ketens of sectorspecifieke methodologieën gaan geregeld boven de €100.000.
Welke factoren bepalen uw prijs?
Vijf variabelen hebben de grootste impact op wat u betaalt:
1. Beschikbaarheid van bestaande data
Hebt u al energiemetingen, transportdata en inkoopdata gestructureerd beschikbaar? Dan daalt de footprint-kost significant. Wie nu voor het eerst zijn energieverbruik in kaart brengt, betaalt meer. Bij grote ondernemingen speelt vooral mee of die data centraal en uniform beschikbaar is over alle entiteiten heen.
2. Complexiteit van Scope 3
Een dienstenbedrijf zonder productie heeft een relatief eenvoudige Scope 3. Een voedingsproducent met internationale grondstoffeninkoop heeft een van de meest complexe Scope 3-profielen denkbaar.
3. Bedrijfsgrootte: SME-route of standaardroute
Kleinere bedrijven die aan de SME-criteria van SBTi voldoen, kwalificeren voor de vereenvoudigde SME-route. Die is goedkoper, sneller en minder documentatie-intensief. Let op: in oudere documentatie circuleren nog de oorspronkelijke grenswaarden (minder dan 500 werknemers en een omzet onder €100 miljoen of een balanstotaal onder €86 miljoen). Die zijn niet meer actueel. Binnen de SME-route bepaalt vandaag vooral uw omzet het tarief (onder of boven €5 miljoen). Of u in aanmerking komt, controleert u best in de actuele SME-FAQ's en het registratieformulier van SBTi. De SME-route blijft open tot 31 januari 2028. Grote ondernemingen volgen de standaardroute, met uitgebreidere Scope 3-vereisten en een tarief dat oploopt met de omzet.
4. Intern versus extern
Wie intern voldoende capaciteit heeft (een ESG-coördinator, sustainability manager of volledig duurzaamheidsteam), kan de externe begeleiding beperken tot methodologische ondersteuning en technische reviews. Wie dat niet heeft, schakelt een volledige trajectbegeleiding in.
5. Sectormethodologie
Voor bepaalde sectoren (land- en bosbouw, financiën, vastgoed) gelden aparte SBTi-standaarden met eigen berekeningsmethodieken. Die vereisen extra expertise.
Wat levert het u op?
De vraag is niet alleen wat het kost, maar ook wat het u kost als u het niet doet.
Colruyt en Albert Heijn vragen SBTi-engagement van strategische leveranciers. Lidl werkt met EcoVadis-scores en sluit leveranciers zonder duurzaamheidsprofiel geleidelijk uit. KBC en Belfius wegen klimaatrisico mee bij kredietbeslissingen. Wie geen aantoonbaar klimaattraject kan voorleggen, betaalt een hogere risicopremie of krijgt geen lening.
Voor grote ondernemingen komt daar nog bij dat investeerders, ratingbureaus zoals CDP en de duurzaamheidsrapportering (CSRD) steeds vaker vragen naar wetenschappelijk onderbouwde klimaatdoelstellingen en een geloofwaardig transitieplan. Een gevalideerde SBTi-doelstelling is daar een sterk en extern erkend bewijsstuk.
Dit is geen dreiging. Dit is de markt.
Bedrijven die nu investeren in SBTi, bouwen een verifieerbaar klimaatverhaal dat hen onderscheidt van concurrenten die nog steeds wachten. Duurzaamheid is geen marketingkeuze meer. Het is de licence to operate.
Klaar om aan de slag te gaan?
Wij kunnen u bedrijf begeleiden. Bekijk hieronder wat we voor u kunnen betekenen en contacteer ons voor een vrijblijvend gesprek
FAQ
Voor een Belgische KMO met een relatief eenvoudige waardeketen en bestaande energiedata is een volledig SBTi-traject realistisch haalbaar voor €8.000 tot €12.000. Daarin zitten de carbon footprint (Scope 1, 2 en beperkte Scope 3), de doelstellingsontwikkeling en de officiële SBTi-validatievergoeding, die via de SME-route $1.250 (omzet onder €5 miljoen) of $2.000 (omzet vanaf €5 miljoen) bedraagt voor een near-term doelstelling. Wie al beschikt over een gevalideerde footprint, kan nog verder besparen.
Voor grote ondernemingen ligt het totale budget doorgaans tussen €35.000 en €100.000, en bij complexe internationale groepen soms hoger. De grootste kostenposten zijn de Scope 3-berekening over de volledige waardeketen, de consolidatie van data over vestigingen en dochterbedrijven heen en de uitwerking van zowel een near-term als een netto-nul doelstelling. De validatievergoeding via de standaardroute start bij $9.500 voor een near-term doelstelling en loopt op met uw omzet-tier, tot $13.000 of meer. Voor near-term en netto-nul samen betaalt u $14.500 tot $21.750 of meer.
De SME Route is ontworpen voor bedrijven met Scope 1 + location-based Scope 2 < 10.000 tCO₂e, die geen financiële instelling of olie & gas-bedrijf zijn, en die minstens 3 van 4 groottecriteria halen: <250 medewerkers, omzet < €50 mln, activa < €25 mln, en geen verplicht FLAG.
Het traject is vereenvoudigd: er is minder documentatie vereist, de methodologie is gestandaardiseerd, en de validatiekosten zijn lager (1.250–2.000 USD vs. 9.500+ USD voor grote bedrijven). De wetenschappelijke onderbouwing en geloofwaardigheid zijn identiek.
Reken op 6 tot 9 maanden van start tot gevalideerde doelstelling. De grootste tijdsinvestering zit in de CO₂-meting en de validatieronde bij SBTi. Wie goed voorbereid indient, vermijdt extra rondes.
Ja, in de meeste gevallen wel. SBTi vereist Scope 3-doelstellingen als de Scope 3-emissies meer dan 40% van de totale uitstoot bedragen, wat voor de meeste productie- en handelsbedrijven het geval is. Voor de SME-route gelden soepelere regels, maar ook daar wordt verwacht dat u uw Scope 3-uitstoot meet en aanpakt. Scope 3 is tegelijk de duurste en de meest impactvolle stap in het traject.
Er bestaan in België enkele ondersteuningsmechanismen voor duurzaamheidstrajecten, onder meer via VLAIO (Vlaanderen), de Waalse overheid (SPW Économie) en sectorale fondsen. Of een SBTi-traject specifiek in aanmerking komt, hangt af van de regeling, de bedrijfsgrootte en de timing. Het is aangeraden om bij de start van het traject na te gaan welke subsidiedossiers parallel kunnen lopen. Een goede adviseur brengt dit standaard in kaart.
Lees meer
Laten we ecologie en economie samenbrengen in de werking en groei van uw organisatie!

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief
Ontvang elk kwartaal de nieuwste inzichten rond duurzaamheid, ecologie en verantwoorde groei.



